Naar inhoud

Het tramstation (beschermd sinds 1997)

Foto tramstation

Vroeger werden de lekkere Hoeilaartse druiven met de hondenkar of met de trein via Groenendaal naar Brussel gebracht. Vermits de productie zienderogen steeg, dienden ook de transportmiddelen mee te evolueren. Brussel-Zuid was de draaischijf voor de uitvoer naar Frankrijk en voor de verdeling van druiven over heel België. De spoorweg Namen-Brussel ging echter slechts tot Brussel-Noord. Overijsenaren waren een ander lot beschoren: zij hadden in hun onmiddellijke nabijheid geen station en dienden dus te voet of per kar hun druiven door het Zoniënwoud naar Brussel te brengen. Meteen ontstond de droom van tal van Hoeilanders en Overijsenaren om een rechtstreekse verbinding Overijse-Hoeilaart-Groenendaal-Kleine Hut-Brussel Zuid te hebben. Deze droom werd echter in 1888 gekelderd door de toenmalige minister van Landbouw, Industrie en Openbare Werken: hij keurde slechts de oprichting goed van twee verbindingen: Groenendaal-Overijse en Kleine Hut-Brussel. Als compensatie kreeg de verbinding Groenendaal-Overijse twee sporen: één met een breedte van 1,435 meter zoals deze waarop de treinen van de Belgische Spoorwegen reden (bijgevolg konden goederenwagons voor het transport van druiven, mest en steenkool van Groenendaal tot Overijse gebracht worden) en een ander spoor van 1 meter breed zoals de gewone tramlijnen. Tevens vertrok er vanuit het station van Groenendaal een tramverbinding naar de paardenwedrenbaan van Groenendaal.
 
Op 15 juli 1894 was het dan uiteindelijk zover: de tramlijn Groenendaal via Hoeilaart naar Overijse werd ingehuldigd. De lijn had een lengte van ongeveerd 6 kilometer en had op het Hoeilaartse grondgebied volgende stopplaatsen: Groenendaal, Dumberg, Hoeilaart en Vlierbeek. Het reizigersverkeer kende een behoorlijk succes (dagelijks 12 verbindingen in de zomer en 11 in de winter) en het goederenvervoer kende zijn hoogtepunt in de gouden jaren van de druiventeelt (1926-1928): 110.000 ton steenkool, 37.000 ton mest en 11 miljoen kilo druiven jaarlijks. Door de opkomst van het goederentransport per vrachtwagen en van de auto en door de uitbouw van het busvervoer kwijnde de tramlijn langzaam maar zeker weg. In juni 1958 reed de goederentram voor het laatst. De locomotieven en de wagons worden in de treinmusea van Mariembourg en Schepdaal bewaard.
 

Praktisch

Dienst Cultuur en Toerisme
GC Felix Sohie
Gemeenteplein 39
1560 Hoeilaart
Tel:  02 657 05 04
Fax:  02 657 75 01
E-mail

Openingsuren

DagOpeningsuren
Maandag
 
09.00 - 12.30 
13.30 - 16.00
Dinsdag
 
09.00 - 12.30
13.30 - 16.00
Woensdag
 
09.00 - 12.30
13.30 - 16.00
Donderdag

(na afspraak
09.00 - 12.30
13.30 - 16.00
16.00 - 19.30)
Vrijdag
 
09.00 - 12.30
13.30 - 16.00